De Engelen: realiteit of mythe? (4)

De Engelen: realiteit of mythe? (4)

Van gelijke strekking is het standpunt van de katholieke exegeet H. Haag (1915-2001) die het geloof in de duivel afwijst:

“Met het geloof in de duivel hebben we uiteindelijk te maken met iets heidens en in ieder geval diep antichristelijks ” .

In het kielzog van deze denkers beweren anderen, bijvoorbeeld C. Westermann (1909-2000), dat Engelen geen persoonlijke werkelijkheid zijn, maar slechts een figuurlijk beeld van Gods liefde voor ons; voor P. Tillich (1886-1965) zijn Engelen en demonen symbolen, structuren, constructieve en destructieve krachten van het zijn.

Hoe kunnen we deze situatie begrijpen van gedachtegangen en publicaties die het bestaan van Engelen en demonen verwerpen?

Een eerste verklaring is de volgende: er gaapt een kloof tussen het geloof van de christelijke traditie in engelen en demonen en de hedendaagse mens en cultuur (literatuur, kunst, film…) ten aanzien van de engelenwereld.

Een tweede verklaring is het voortdurende geloofsbewustzijn van de Kerk, waarvan de uitspraken van de pausen, de concilies, de catechismussen, de liturgie, het leven van de heiligen en de omstreden kwesties in de hedendaagse katholieke en protestantse theologie betreffende de Engelen getuigen.

In het licht van deze huidige tegenstrijdige situatie neemt de specifieke christen een katholiek standpunt in over Engelen en demonen:

“Men moet erkennen dat christenen zich vandaag ongemakkelijk voelen wanneer zij spreken over het bestaan van de duivel of duivels. Mythe of werkelijkheid? Veel christenen geven de voorkeur aan de mythe; zij die de werkelijkheid aanvaarden voelen zich geremd en in verlegenheid gebracht om over de duivel te spreken, uit vrees te worden geclassificeerd als personen die nog in de greep zijn van populaire fantasie├źn, en de wetenschappelijke vooruitgang te veronachtzamen. Catechese, prediking en theologisch onderwijs in universiteiten en seminaries gaan gewoonlijk aan dit onderwerp voorbij.

Onder deze omstandigheden moeten de christenen van vandaag over een flinke dosis moed beschikken om de gemakkelijke ironie en de barmhartige glimlach van hun tijdgenoten aan te vechten”.