Engelen

Tijdens de vastenretraite die op dit moment door Paus Leo en zijn medewerkers wordt gevolgd, geeft Bisschop Erik Varden OCSO van Noorwegen de meditaties. Een ervan gaat over de Engelen. Op zijn eigen website is de volgende tekst te vinden:
Tijdens Christus’ veertigdaagse verblijf in de woestijn kwam Satan naar hem toe en citeerde Psalm 90, met name twee verzen over de Engelen.
‘De duivel’, lezen we in Mattheüs, ‘nam hem mee naar de heilige stad en plaatste hem op de nok van de tempel’. Hij daagde Christus uit om te bewijzen dat hij de Zoon van God was door zich naar beneden te werpen, ‘want er staat geschreven: “Hij zal zijn Engelen over u bevelen” en “Op hun handen zullen zij u dragen, zodat u uw voet niet aan een steen stoot”’.
Alleen God kan ons uitnodigen om van een torenspits te springen. Zijn oproep zal echter zijn: ‘Spring in mijn armen’, niet: ‘Werp uzelf naar beneden’.
Engeleninterventies zijn niet altijd geruststellend. De Engelen zijn er niet om ons te plezieren in onze grillen. In een populair gebed dat terug te voeren is op Bernards tijdgenoot Reginald van Canterbury vragen we onze beschermengel om ons te ‘verlichten, te bewaren, te besturen en te leiden’. Dat zijn krachtige werkwoorden. Een Engel is een bewaker van heiligheid.
Het kloosterleven werd al vroeg begrepen en aangeprezen als engelachtig vanwege zijn uiteindelijke doel van lofprijzing, maar ook omdat de monnik geroepen is om te branden van Gods liefde en een afgezant te zijn die die liefde aan anderen brengt.
Christus’ enige ‘lofzang’, waarover Sacrosanctum Concilium in een prachtige paragraaf spreekt, weerklinkt van de uiteinden van de aarde tot in de hemelse hoogten door een pulserende keten van bemiddeling. De Engelen zijn essentieel voor die keten, zoals we bevestigen in het laatste deel van elke prefatie binnen de canon van de mis.
Bernard benadrukt de rol van de Engelen als bemiddelaars van Gods voorzienigheid. Bemiddeling is niet altijd nodig. God kan ons onmiddellijk raken, maar Hij vindt er behagen in om zijn schepselen kanalen van genade voor elkaar te laten zijn.
Hij maant ons aan om te kijken naar wat een Engel doet en hetzelfde te doen:
‘Daal neer en wees barmhartig voor je naaste;
laat vervolgens, in een tweede beweging, dezelfde Engel je verlangens verheffen en gebruik alle cupiditas van je ziel om op te stijgen naar de allerhoogste en eeuwige waarheid’.
Cupido wordt tegenwoordig zelden in één adem genoemd met ‘de allerhoogste en eeuwige waarheid’. Bernards woordkeuze is veelzeggend. Ze vertelt ons dat alle natuurlijke menselijke verlangens, inclusief die welke belichaamd zijn, naar vervulling in God worden getrokken en dus daarheen moeten worden geleid.
De laatste, meest beslissende daad van naastenliefde van de Engelen zal plaatsvinden wanneer zij ons op het uur van onze dood door de sluier van deze wereld naar de eeuwigheid zullen dragen. Dan zullen zij hun kenmerken tonen:
‘Zij kunnen niet worden overwonnen of verleid, en nog minder kunnen zij verleiden’.
Alle schijn zal op dat uur verdwijnen. Retoriek zal falen. Alleen de waarheid zal standhouden en klinken, afgestemd op barmhartigheid.
Bernardus predikte in 1139 voorzichtig over deze zaken. 726 jaar later zou een man met een heel ander temperament, maar met een vergelijkbare intelligentie, zijn intuïties expliciet maken in een prachtig gedicht over sterven.
John Henry Newman dacht veel na over Engelen. Hij zag het ambt van priester als engelachtig. De priester voelt zich thuis in deze wereld en is niet bang om donkere bossen in te gaan op zoek naar de verlorenen. Tegelijkertijd houdt hij zijn geestelijke ogen gericht op het gezicht van de Vader, zodat diens straling de hele huidige werkelijkheid verlicht. Verlichting is altijd een tweeledig proces: intellectueel en essentieel, sacramentaal en pedagogisch.
Newman, nu een kerkleraar, nodigt ons uit om ook de leraar te herontdekken als een engelachtige verlichter. Het is een profetische uitdaging, gezien het feit dat het zogenaamde ‘onderwijs’ nu grotendeels wordt uitbesteed aan digitale, kunstmatige media, terwijl jonge mensen verlangen naar leraren die hun vertrouwen waard zijn en die hen niet alleen vaardigheden, maar ook wijsheid kunnen bijbrengen.
Een engelachtige ontmoeting is altijd persoonlijk. Ze kan niet worden vervangen door een download of een chatbot.