De verzegeling van Gods uitverkorenen in de eindtijd

Het begrip “Eindtijd” is een zeer rekkelijk begrip. In de meest brede zin van het woord is heel de periode der kerkgeschiedenis “eindtijd”, vanaf de komst van God de Heilige Geest.
De H. Petrus, omringd door de 11 apostelen, verklaart de betekenis van de uitstorting van Gods Geest: “Hier geschiedt, wat door de profeet Joël voorzegd is: En het zal geschieden op het einde der dagen, zegt God: IK zal uitstorten van mijn Geest over alle vlees…”(Hand 2,16v.)

Voor Sint Paulus zijn sommige straffen in het Oude Verbond een waarschuwing “voor ons die het einde der tijden beleven”(1Kor. 10,11)

De Heilige Geest is Zelf als de Voltooiing van de liefde tussen Vader en Zoon, en Zijn taak is het de Kerk tot haar voleinding te brengen. Met Zijn komst begint de eindtijd als oogsttijd. Het is de tijd van het binnengaan der volkeren in de gemeenschap van de ene Kerk. Zo begrepen zijn de 2000 jaren van de tocht der Kerk door de eeuwen te zien als “eindtijd”.

In een meer begrensde zin verstaat men daaronder de min of meer korte periode die aan de wederkomst van Christus onmiddellijk voorafgaat. Maar gaat het dan over tien, honderd jaar?

Tegen het einde verdicht zich de eindtijd. Dat betekent dat de tekenen van de wederkomst steeds duidelijker worden. Zo zegt de Heer:

“Gij zult horen van oorlogen en oorlogsgeruchten. Past op, verschrik er niet van, want dit moet allemaal gebeuren, maar het is het einde nog niet” (Mt 24,6)

Men zou nu kunnen ingaan op de tekenen die wij in onze tijd reeds kunnen constateren: de grote verdeeldheid in de Kerk, de massa-afval, het instorten van de moraal, de strijd tegen het ongeboren leven, de dreigende chaos die zich begint af te tekenen.

Maar wij willen hier veeleer spreken van de bijzondere bescherming die God in de eindtijd, in de meer strikte zin van het woord, de Zijnen door de H. Engelen aanbiedt.

DE EEN ZO, DE ANDER ANDERS

Bij de komst van de Mensenzoon, zo verklaart de Heer Zelf, zal het zijn als in de dagen van Noach: men at en dronk en sloeg geen acht op Gods geboden, totdat de zondvloed kwam en allen verzwolg:

“Dan zullen er twee zijn op de akker, de één wordt opgenomen, de ander achtergelaten; twee zullen er met de handmolen malen, de één wordt opgenomen, de ander achtergelaten”(Mt 24,37vv).

Dat van twee mensen die samenhoren, door werk of sociale verwantschap, er één wordt opgenomen (d.i. behouden blijft), de ander achtergelaten, schijnt een speciaal symptoom van de eindtijd te zijn. Juist dan gaat Christus zwaard dwars door alle menselijke verhoudingen.

DE STRIJD TUSSEN LICHT EN DONKER

De Heer spreekt in het Evangelie van de kinderen van de duisternis en de kinderen van het licht (vgl. Lk 16,8). Er is een strijd gaande tussen licht en duisternis, een strijd die al begonnen is na de zondeval. God wilde de vijandschap tussen de Slang met zijn nakomelingen en de Vrouw met haar nakomelingen. (Gen 3,15)

Deze strijd zal in de eindtijd zijn hoogtepunt bereiken. Dan zullen de kinderen van het licht in grote verdrukking komen.

“Dan zullen velen zich ergeren, elkander verraden en haten. Ook tal van valse profeten zullen opstaan en velen verleiden. En omdat de ongerechtigheid dan de overhand neemt, zal de liefde van velen verkoelen”. (Mt 24,10vv)

Het is in dit verband dat de Heer spreekt van een speciale bescherming van God:

“Zo die dagen niet werden verkort, geen mens bleef behouden, maar om de uitverkorenen zullen die dagen worden verkort”. (Vs 22)

Het zal zeker nodig zijn, omdat in die dagen de Boze zijn grote triomfen viert. Hij slaagt er zelfs in velen horig te maken, zodat zij bijna mechanisch zijn wil volbrengen. Hoe velen laten zich in onze dagen niet manipuleren door de massamedia, door de nieuwe ‘moraal’ van het “laten wij eten en drinken, want morgen zijn wij dood”. (vgl 1 Kor 15,32)

Zij dragen onzichtbaar reeds het merkteken van de Boze, waarvan het Boek der Openbaring ons spreekt:

“Aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven laat het Beest (d.is de Boze) een merkteken geven, zodat niemand kan kopen of verkopen, zo hij dat teken niet draagt”.
(Openb 13,16 v)

Wij beleven het in onze dagen, dat velen gediscrimineerd en vervolgd, ja, van het sociale verkeer uitgesloten en van hun brood beroofd worden, indien zijn niet bereid zijn hun principes op te geven. Daarom is de eindtijd ook de tijd van de heiligen en martelaren, in alle standen. Maar God laat de Zijnen niet in de steek.

GODS ENGELEN WAKEN OVER ONS

De Boze heeft al vaker gewaand definitief te triomferen. Zo meende hij Petrus in zijn macht te hebben, maar God stuurde Zijn Engel, die hem uit de gevangenis bevrijdde. Het Oude Testament is vol van wonderbare gebeurtenissen, waarbij Engelen ingrepen en Gods dienaren hielpen.

  • Een Engel sterkt de profeet Elia, die op de vlucht is voor de wraakzuchtige koningin Jezebel
    (1Kon 19,5)
  • Een Engel van God richt een vernietigende slachting aan in het leger der Assyriërs dat Jeruzalem belegerde (2 Kon 19,35).
  • De heidense veldheer Heliodorus, naar Jeruzalem gekomen om de tempel van de Heer te plunderen, wordt door Engelen van God danig afgeranseld! (2 Makk. 3,23vv)
  • Bekend is het optreden van gods Engel bij de uittocht uit Egypte (Ex 13,19).
  • Of bij de drie jongelingen in de vuuroven (Dan 3,25). Koning Nabukodonosor getuigde: “Ik zie vier mannen vrij door het vuur gaan; ze hebben geen enkel letsel gekregen, en de vierde ziet er uit als een godenzoon”.
  • Op treffende wijze heeft het geloof van Israel dit uitgedrukt in Psalm 91:

“Geen onheil zal u raken, geen plaag uw tenten bereiken;
want Hij zal voor u Zijn Engelen ontbieden, om u op al uw wegen te behoeden.
Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij aan geen steen uw voeten zult stoten.
Op slang en adder zult gij treden, leeuwenwelp en draak vertrappen”.

GODS UITVERKORENEN VERZEGELD

Een prachtig beeld van Gods bescherming vinden wij bij de beschrijving van de laatste plaag van Egypte. De Israeliten moesten de bovendorpels van hun huizen met het bloed van het paaslam bestrijken. Als in de nacht de verderfengel rond zou gaan en alle eerstgeborenen bij de Egyptenaren doden, zou Israël gespaard blijven van deze ramp in de kracht van het bloed, beeld van het Kostbaar Bloed van Christus, ons Paaslam.

Door het Doopsel dragen alle christenen ook een merkteken als eigendom Gods, een onuitwisbaar teken dat altijd zichtbaar zal blijven, ook als de drager verloren zou gaan.

Zo heeft niet alleen de Boze zijn teken, maar God evenzeer. Dit teken beduidt echter geen definitieve garantie. In Zijn goedheid biedt God daarom nog meer: een bijzondere bescherming voor degenen die nederig en vol vertrouwen Hem om Zijn hulp vragen.

Deze bijzondere voorzienigheid wordt indrukwekkend beschreven door de profeet Ezekiel. In een visioen ziet hij, hoe de afvallige stad Jeruzalem door God gestraft wordt. Alle bewoners worden gedood, behalve de rechtvaardigen.

God sprak tot Zijn Engel: “Trek door de stad, midden door Jeruzalem heen, en zet een teken op het voorhoofd van allen die jammeren en klagen over al de gruwelen, welke binnen haar muren bedreven worden, zodat zij gespaard blijven” (Ez 9,4).

God komt op voor de Zijnen: “Wie u aanraakt, raakt Mijn oogappel aan!”(Zach 2,12).

Van een dergelijk teken, een soort verzegeling horen wij opnieuw in de Geheime Openbaring. Daar wordt aan de Engelen, wier opdracht het is de aarde te straffen, toegeroepen, dat zij daarmee nog moeten wachten.

“Nog zag ik een andere Engel, opstijgend van de opgang der zon, dragen het zegel van de levende God. Hij sprak: Beschadigt noch aarde, noch zee, noch de bomen, vóórdat we de dienaars van onze God op hun voorhoofden hebben gezegeld. En ik hoorde het getal der gezegelden: Honderd vier en veertig duizend gezegelden uit alle stammen van Israels zonen”(Openb. 7,2vv).

BESCHERMING VOOR DE EINDTIJD

Gods bedoeling met de verzegeling, een geestelijk, maar reëel gebeuren, is kennelijk de Zijnen een speciale hulp aan te bieden. Met de gewone hulpmiddelen van Zijn genade zouden de mensen al niet meer uitkomen. In tijden van grote nood is extra hulp nodig.

De verzegeling is een soevereine act van Goddelijke vrijheid, waardoor HIJ aan het kwade een grens stelt die het niet mag overschrijden, zoals Psalm 104,9 zegt, dat God aan het water grenzen stelde, die het niet mag overschrijden.

Dit te weten is een grote troost voor alle gelovigen: God is de Heer van de geschiedenis,het kwade zal niet zegevieren. Zo behoudt zich God ook een aan Hem alleen bekend aantal mensen voor, die de Boze van Hem niet zal kunnen scheiden.

WACHTER, HOE VER IS DE NACHT? (Jes 21,11)

Hoe ver is inderdaad de heilsgeschiedenis voortgeschreden, hoe ver is de eindtijd gevorderd? Wij weten het niet. De tekenen aan de hemel zijn onheilspellend genoeg. Hoeveel tijd hebben wij nog om ons tot God te bekeren? Alleen God kent het uur, en het is zeker goed zo.

Intussen echter rust ook God niet. Hij is bezig Zijn Kerk te zuiveren. Enerzijds zien wij de afval, de demoralisering, verwording in Kerk en maatschappij, anderzijds zien wij ook tekenen van een nieuw leven.

En daar zijn Gods Engelen aan het werk. Zij geven ons een grote ijver voor Gods eer, voor het Rijk Gods, voor de H. Eucharistie, een grote liefde tot Maria, een groter verantwoordelijkheidsgevoel. De enen verliezen steeds meer, de anderen ontvangen steeds meer: vreugde, kracht, diepte en innerlijkheid. Zo wordt de Kerk bereid voor haar eindbeproeving. Met Gods genade zal zij deze glansrijk kunnen doorstaan.

Dit is, naar het woord van Pater Pio, het uur van de Engelen: zij bouwen Gods Kerk in onze dagen en houden ons het woord voor van de oude Profeet: “Blijft nu niet staren op wat vroeger gebeurde,en staat bij het verleden niet stil: zie, IK ga iets nieuws beginnen, het is al ontloken, bemerkt gij het niet?” (Jes 43,18v)

Wie zich aan hun bescherming toevertrouwt, heeft niets te vrezen, hij staat reeds aan de andere oever, zoals eenieder die trouw de rozenkrans bidt. Het is Maria zelf, “geducht als een leger”(Hooglied 6,4), die door haar machtige dienaren zegevieren zal.

“Tenslotte zal mijn Onbevlekt hart triomferen”, was haar belofte in Fatima.

Gebed

Grote God, ondoorgrondelijk zijn Uw plannen. Steeds begint Gij iets nieuws. Gij weet hoe Gij omwille van Maria de Kerk van Uw Zoon in haar laatste uren der geschiedenis kunt en zult helpen. Mogen wij allen in deze Kerk geborgen zijn en door Uw Engelen beschermd worden. Zo bidden wij door Christus, onze Heer. Amen.