Het leger in gevechtsformatie
“Wie rijst daar op als de dageraad, schoon als de maan, stralend als de zon en geducht als een leger in slagorde?” (Hooglied 6,10)
Dit vers uit het Hooglied wordt algemeen opgevat als een verwijzing naar de Heilige Maagd. De geboorte van Maria is als de dageraad van een nieuwe schepping die een einde maakt aan de duisternis van de nacht, de oude schepping, die verwoest werd door de zonde van ongehoorzaamheid van onze eerste ouders. Wat een onvergankelijke schepping had moeten zijn, werd door de afgunst van de duivel aan verderf onderworpen. Maar “Zie, Ik maak alle dingen nieuw”, zegt de Heer. Hij, die van plan is een nieuwe hemel en een nieuwe aarde te scheppen, heeft dit wonderbaarlijke kind geschapen, als een nieuwe tuin waar de Bekoorder niet mocht binnenkomen.
Maar terwijl we de schoonheid van het onbevlekt ontvangen kind bewonderen, mogen we niet vergeten dat dezelfde uitdrukking Maria vervolgens beschrijft als een leger dat zich opmaakt voor de strijd. In deze geest schreef de heilige Louis de Montfort:
“[Maria] moet schitteren in genade, om de dappere soldaten en trouwe dienaren van Jezus Christus, die zullen strijden voor zijn belangen, te bezielen en te ondersteunen. Maria moet verschrikkelijk zijn als een leger dat ten strijde trekt, vooral in deze laatste tijden. Het is vooral vanwege deze laatste en wrede vervolgingen van de duivel, die dagelijks zullen toenemen tot de heerschappij van de Antichrist, dat we die eerste en beroemde voorspelling en vloek van God moeten begrijpen, uitgesproken in het aardse paradijs tegen de slang: ‘Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar nageslacht” (Ware devotie tot Maria, 50).
St. Louis schrijft vervolgens: “God heeft slechts één vijandschap ingesteld – maar het is een onverzoenlijke vijandschap – die zal voortduren en zelfs zal toenemen tot het einde der tijden. Die vijandschap bestaat tussen Maria, zijn waardige Moeder, en de duivel, tussen de kinderen en dienaren van de Heilige Maagd en de kinderen en volgelingen van Lucifer. De meest gevreesde vijand die God tegen de duivel heeft opgesteld, is dus Maria, zijn heilige Moeder” (Ware devotie tot Maria, 52).
In onze huidige tijd bevinden we ons midden in de strijd die woedt tussen de Vrouw en de slang, nu het geweld tegen christenen overal ter wereld escaleert, nu naties de natuurlijke wet inzake het huwelijk verwerpen, nu talloze ongeboren kinderen ‘legaal’ worden vermoord, nu religieuze rechten systematisch worden ontzegd. Andere uitingen van deze strijd (soms bloedig, soms niet) zouden pagina’s kunnen vullen. Wat belangrijk is, is dat we aan de juiste kant staan. Jezus heeft ooit gezegd: ‘Wie niet met Mij is, is tegen Mij’ (Mat. 12,30). In de woorden van St. Louis de Montfort moeten we kiezen of we de kinderen en dienaren van de Heilige Maagd willen zijn, of de kinderen en instrumenten van Lucifer.
DE CENTRALE POSITIE VAN MARIA
Zonder ook maar enigszins te ontkennen of te bagatelliseren dat Jezus Christus, de vleesgeworden Zoon van God, de bron is van alle genade en verlossing, wijst de Heilige Schrift duidelijk op de centrale positie die Jezus aan Zijn moeder heeft gegeven in de grote strijd om de verlossing van de zielen. De vijandschap tussen de Vrouw en de slang begon niet in de Hof van Eden. Er zijn aanwijzingen dat de vijandschap teruggaat tot het begin der tijden. Het visioen van Johannes, opgetekend in het twaalfde hoofdstuk van de Apocalyps, spreekt over twee tegengestelde tekenen die in de hemel verschenen.
Het eerste is het teken van de Vrouw.
Het tweede, dat door het eerste lijkt te zijn uitgelokt, is het teken van de draak, die met zijn staart een derde deel van de sterren uit de hemel veegt.
Deze passage wordt door sommige theologen opgevat als een openbaring van de eerste beproeving van de engelen. Het feit dat er een strijd uitbreekt tussen de volgelingen van de draak en Sint-Michael en zijn Engelen, waardoor de opstandige engelen uit de hemel worden geworpen, geeft een duidelijke aanwijzing dat deze passage handelt over de oorspronkelijke beproeving, die nooit meer is herhaald.
Het eerste teken dat aan de hemel verschijnt, openbaart Gods plan om de hele schepping tot volmaakte gelukzaligheid te brengen door middel van het vleesgeworden Woord van God. In reactie op deze openbaring moesten de Engelen het mysterie van de Incarnatie aanvaarden, met alle gevolgen van dien die inherent verbonden zijn aan het mens-worden van God.
Een van de belangrijkste gevolgen van de Menswording is het goddelijke moederschap van Maria. Dit betekent dat niet alleen Jezus Christus in waardigheid boven alle engelenkoren verheven zou worden, maar ook dat zijn moeder Koningin van Hemel en Aarde zou worden. Het is voor ons onmogelijk om het mysterie van ongerechtigheid dat gepaard ging met de afwijzing van Gods plan door de hoogste engel volledig te doorgronden.
Maar er zijn aanwijzingen dat hij niet alleen tegen Jezus in opstand kwam, maar ook tegen Maria. De apostel-ziener beschrijft de gevolgen van de eerste strijd in de hemel met de volgende woorden:
“En zodra de draak zich op aarde zag neergeworpen, begon hij de vrouw die het mannelijk kind had gebaard, te vervolgen… Toen, om zijn woede op de vrouw te koelen, ging de draak heen, om de overige van haar kinderen te beoorlogen, hen namelijk die de geboden van God en het getuigenis van Jezus trouw bewaren”. (Openb. 12,13.17).
Het feit dat Johannes niet simpelweg zegt dat de draak degenen achtervolgde die het getuigenis van Jezus hebben, maar ”de kinderen van de vrouw”, bevestigt het belang van Maria’s rol in de voortdurende strijd.
Zoals hierboven vermeld, beschrijft de tekst uit het Hooglied Maria in militaire termen. Haar kracht is als die van een leger in slagorde. We weten dat de Bijbel Maria’s liefde, nederigheid en stille contemplatie beschrijft. Dit zijn eigenschappen die vaak door gelovigen als voorbeeld worden gesteld.
Maar haar kracht, hoewel even duidelijk aanwezig in de evangeliën, krijgt vaak weinig of geen aandacht van commentatoren. Maria van Nazareth is een sterke vrouw die trouw en nederig de Heer dient in de meest extreme situaties, vooral wanneer zij haar Zoon vergezelt naar Zijn dood.
Hoewel het moeilijk is om haar anders voor te stellen dan neergeworpen op de grond in verdriet bij het zien van haar gekruisigde Zoon, zegt Johannes expliciet dat Maria aan de voet van het kruis stond (Johannes 19,25). Dit feit onderstreept haar kracht om zich te verenigen met Zijn ultieme offer en de wil van de Vader te aanvaarden. Aan de voet van het kruis voltooide zij haar verklaring dat zij “de dienstmaagd van de Heer” was.
In deze zin prees paus Pius XII de kracht van Maria:
Maria is mooi als de maan, straalt als de zon, maar tegen ‘de vijand’ is ze formidabel, verschrikkelijk als een leger dat zich opmaakt voor de oorlog. Terwijl we haar vandaag verheerlijken en prijzen, weet God hoe graag we de moeilijkheden van de tijd waarin we leven zouden willen vergeten… Zelfs aan de poorten van de Kerk staat ‘de vijand’ en bedreigt zielen. En zie, nog een ander aspect van Maria: haar kracht in de strijd… Maria, zonder zonde, heeft de kop van de verderfelijke slang verpletterd. Wanneer Maria nadert, vlucht de duivel – net zoals de duisternis verdwijnt wanneer de zon opkomt. Waar Maria aanwezig is, is Satan afwezig; waar de zon schijnt, is er geen duisternis. (Paus Pius XII, Toespraak gehouden op 8 december 1953)
Het is niet alleen omdat zij onbevlekt ontvangen is dat zij vijandig staat tegenover de draak. Maar ook omdat haar hele leven gericht is op nederige gehoorzaamheid, spreekt zij de eerste opstandige kreet tegen: “Ik zal niet dienen!” Hiermee geeft Maria een perfect voorbeeld van hoe de gelovigen kunnen deelnemen aan haar wezen, dat even angstaanjagend is als een leger in slagorde tegenover de opstandige heerscharen van de hel.
DE KERK
Het visioen van de Vrouw in hoofdstuk 12 van de Apocalyps wordt ook gezien als een verwijzing naar de Kerk. Deze uitleg is niet in tegenspraak met de interpretatie dat de Vrouw Maria symboliseert, aangezien zij het model en het beeld van de Kerk is. Paus Franciscus sprak over deze relatie.:
[De Kerk] is een ware moeder die ons leven schenkt in Christus en ons, in de gemeenschap van de Heilige Geest, tot een gemeenschappelijk leven met onze broeders en zusters brengt. Het voorbeeld van moederschap voor de Kerk is de Heilige Maagd Maria, die in de volheid van de tijd ontvangen heeft door de Heilige Geest en de Zoon van God baarde. Haar moederschap wordt voortgezet door de Kerk, die door de doop zonen en dochters voortbrengt, die zij voedt met het Woord van God. (Paus Franciscus, Algemene audiëntie, 3 september 2014)
Het feit dat deze twee manieren om deze visie te begrijpen samenvallen, wijst op een belangrijk verband tussen de devotie voor onze Heilige Moeder Maria en het gepaste respect en de devotie die onze Heilige Moeder de Kerk toekomt. In die zin kunnen we, wanneer de Apocalyps zegt dat de draak de kinderen van de Vrouw achtervolgt, zien dat het gaat om de gelovige leden van de Kerk op aarde.
Het belang van de Kerk in de strijd tegen de vijand van onze verlossing kan niet genoeg worden benadrukt. Ook zij is een essentieel gevolg van de Menswording van het eeuwige Woord van God.
De Kerk is het universele sacrament van verlossing voor de hele wereld (cf. Lumen Gentium, 48). Hoe kunnen we er zeker van zijn dat de Bijbel het geïnspireerde woord van God is? Hoe kunnen we weten of een interpretatie van de Schrift correct is? Hoe kunnen we onderscheiden of een gewoonte in overeenstemming is met de apostolische Traditie?
Het antwoord op al deze vragen is het feit dat Christus ons de Kerk heeft gegeven, gebouwd op de rots van Sint-Petrus. Maar de Kerk is niet zomaar een abstractie, die kan worden teruggebracht tot een reeks definities en dogma’s, die voor eens en voor altijd in een boek kunnen worden vastgelegd. Zij is veeleer het instrument van de Heilige Geest om de voortdurende levende aanwezigheid van Jezus Christus in de wereld tot stand te brengen. Door het werk van de Heilige Geest blijft Jezus aanwezig door Zijn Kerk in de viering van de sacramenten (vooral in de eucharistie), in het handelen van Zijn gewijde dienaren, in de verkondiging van het Woord van God en te midden van hen die zich in Zijn Naam verzamelen.
Verder is het levende leergezag van de Kerk het instrument van de Heilige Geest om het volk van God en alle mensen van goede wil voortdurend leiding te geven. Paus Benedictus XVI leerde dat er een intrinsieke eenheid bestaat in de laatste uitspraken van de Apostolische Geloofsbelijdenis: “Ik geloof in de Heilige Geest, de heilige katholieke Kerk”. Wanneer we ons geloof in God, de Heilige Geest, belijden, verklaren we niet alleen ons geloof in Zijn eeuwige voortkoming uit de Vader en de Zoon. We belijden ook ons geloof in Zijn verlossende missie in de Kerk als het Mystieke Lichaam van Christus, waarin Hij voortdurend op aarde handelt door het leergezag van de Katholieke Kerk.
Ondanks de menselijke factor, die soms nogal schandalig kan zijn, houdt ons geloof noodzakelijkerwijs vast dat de Heilige Geest in en door de Kerk in elk tijdperk handelt als “de steunpilaar en het bolwerk van de waarheid” (1 Tim. 3,15). Juist door te wijzen op de (soms beschamende) menselijke beperkingen van kerkelijke autoriteiten zijn de draak en zijn volgelingen het meest effectief geweest in het verdelen van de Kerk.
Wie kan erop vertrouwen dat de Heilige Geest via deze of gene paus zal spreken, gezien zijn persoonlijke leven, gezien zijn gebrek aan opleiding, gezien het feit dat hij de verkeerde filosofie of theologische stroming aanhangt? Hoe kunnen we vertrouwen hebben in de beslissingen van een kerkelijk concilie dat beïnvloed werd door deze of gene ketterse theologen? Hoe kunnen we een liturgie aanvaarden die ontworpen is door een bisschop die bevooroordeeld was door negatieve invloeden?
Dit is het gebied waarop ons vertrouwen in het vermogen van de Heilige Geest tot het uiterste op de proef kan worden gesteld. Maar bij al deze overwegingen is het enige mogelijke antwoord vertrouwen, niet in mensen, maar vertrouwen in de almacht van de Heilige Geest.
“WEES NIET BANG, MAAR BLIJF GELOVEN”. (Mk 5,37)
Gezien de centrale rol van de Kerk is dit het meest cruciale punt waarop ons vertrouwen op de proef wordt gesteld en daarom is dit het gebied waarop we bijzonder waakzaam moeten zijn. Het is interessant om op te merken dat in het spirituele klassieke werk van Lorenzo Scupoli, De geestelijke strijd, het eerste principe dat hij presenteert de noodzaak is om onszelf te wantrouwen en op God te vertrouwen. Hier vinden we de eerste wonde die het temperament aan onze menselijke natuur heeft toegebracht. De Catechismus van de Katholieke Kerk leert over de erfzonde:
De mens heeft, door de duivel verleid, in zijn hart het vertrouwen jegens zijn Schepper laten sterven en door van zijn vrijheid misbruik te maken is hij ongehoorzaam geweest aan het gebod van God. Daarin bestaat de eerste zonde van de mens. Iedere zonde zal dientengevolge ongehoorzaamheid aan God zijn en een gebrek aan vertrouwen in zijn goedheid. (CKK 397)
De eerste stap om toe te geven aan de aanvallen van de verleider bestaat erin het vertrouwen in onze Schepper in ons hart te laten sterven. Aangezien de objectieve norm om Gods stem in ons leven te onderscheiden uiteindelijk via de Kerk tot ons komt, zal het verlies van vertrouwen de meest verwoestende gevolgen hebben wanneer het gericht is tegen de Kerk.
We mogen nooit vergeten dat het onmiskenbare symbool van ons christelijk geloof het kruis is. Het kruis, dat de centrale waarheid van ons geloofsbelijdenis vertegenwoordigt, leert ons dat de kruisiging van de God-mens, de grootste zonde die ooit in de geschiedenis van het universum is begaan, door Jezus Christus werd omgevormd tot de bron van alle genade en verlossing; dat de lelijkste daad van kwaadaardigheid aanleiding gaf tot de mooiste daad van liefde.
God was in staat om het ergste van het menselijk kwaad te nemen en de wil van de mens door genade om te zetten in het beste van goddelijke goedheid. Uit deze waarheid putten we het vertrouwen om met absolute zekerheid te kunnen zeggen dat “alle dingen meewerken ten goede voor hen die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepen zijn” (Rom. 8,28).
We hebben het vertrouwen om te weten dat “voor God alle dingen mogelijk zijn” (Mt 19,26). Noch de complotten van machtige en invloedrijke mannen, noch de kwaadaardige plannen van de duivel kunnen Gods plan in de war sturen. Zelfs als de “rook van Satan” zijn weg naar de Kerk heeft gevonden, kunnen we er zeker van zijn dat de Heilige Geest altijd een strategie heeft om deze te vervangen door de zoete geur van wierook.
Als we onze aandacht te veel richten op de menselijke elementen in de Kerk, lopen we het gevaar ons vertrouwen te verliezen in God, Die alle dingen volgens Zijn plan leidt.
EERBIED VOOR LEGITIEME AUTORITEIT
Het Oude Testament biedt lessen die nog steeds geldig zijn voor de nieuwtestamentische kerk. Een verhaal dat Gods snelle gerechtigheid laat zien, is toen Aäron en Mirjam, de broer en zus van Mozes, de hoogste autoriteit van Mozes in twijfel trokken: “Heeft de Heer echt alleen via Mozes gesproken? Heeft Hij niet ook via ons gesproken?” (Num. 12,2)
De formele reden waarom zij deze vraag stelden, was hun afgunst op Mozes; de materiële oorzaak of aanleiding was de volkomen menselijke kwestie van de schijnbaar problematische “Ethiopische” vrouw met wie Mozes had gekozen te trouwen.
Het gevolg van het stellen van deze vraag was dat Mirjam onmiddellijk met melaatsheid werd getroffen. De ernst van de straf wordt verklaard door het feit dat afgunst de grootste zonde is tegen broederlijke naastenliefde en dat afgunst op de geestelijke goederen van een ander een zonde is tegen de Heilige Geest.
Na hoogmoed, die tegen God gericht is, is afgunst de grootste zonde omdat zij rechtstreeks indruist tegen de naastenliefde. Melaatsheid veroorzaakt gevoelloosheid in het lichaam, net zoals het verwerpen van het gezag van de Kerk geestelijke gevoelloosheid in de ziel kan veroorzaken.
Net zoals melaatsheid de getroffen persoon blootstelt aan het gevaar van lichamelijk letsel (door het wegnemen van de bescherming van het gevoel van pijn), plaatst het in twijfel trekken van het legitieme kerkelijke gezag een persoon in de precaire positie van afgescheiden te zijn van de enige objectieve bron voor het onderscheiden van de geopenbaarde Waarheid in de wereld.
Natuurlijk heeft niet elke uitoefening van gezag in de Kerk betrekking op het leergezag dat Christus aan Petrus en de apostelen heeft toevertrouwd. Hij heeft hun ook het gewone pastorale gezag toevertrouwd (Wat je op aarde bindt, zal ook in de hemel gebonden zijn), dat ook betrekking heeft op de normale sociale orde van de Kerk.
Veel van de wetten die het kerkelijk leven en de kerkelijke praktijk regelen (bijvoorbeeld het regelen van de liturgische feesten van het jaar, het oprichten van parochies, het benoemen van ambtsdragers) hebben niet direct betrekking op zaken van geloof en moraal.
Zoals in elke legitieme samenleving zijn we uiteraard trouw en eerbied verschuldigd aan de opvolgers van de apostelen en hun medewerkers. Zelfs als een van hun beslissingen in dergelijke zaken gebaseerd is op verkeerde informatie, blijft het onze plicht om respect te tonen voor het gezag, ondanks ons meningsverschil met de beslissing.
We hebben hier een voorbeeld van in het leven van de heilige Pio van Pietrelcina, die een diep gevoel van eerbied had voor het gezag van de Kerk. Toen ambtenaren in Rome valse rapporten over Padre Pio ontvingen, kreeg hij van de Heilige Stoel het bevel om alle activiteiten te staken, behalve het vieren van de mis, die in besloten kring moest plaatsvinden.
De burgemeester van San Giovani Rotondo, die op de hoogte was van het besluit van de kerk, schreef een brief die hij wilde laten drukken ter verdediging van de heilige priester. Maar toen Padre Pio de brief las, greep hij de burgemeester bij de keel en riep: “Satan, ga je aan de voeten van de kerk werpen in plaats van deze onzin te schrijven! Verzet je niet tegen je Moeder!“
Hoe goed begreep Padre Pio het gezegde: ”God schrijft recht met kromme lijnen.” God stelde Abraham rechtstreeks op de proef door hem te vragen zijn zoon te offeren; God is ook vrij om ons beproevingen te ‘sturen’ door middel van natuurrampen, de gebreken van onze broeders of door verkeerd geïnformeerde richtlijnen van onze superieuren.
We doen er goed aan ons hieraan over te geven uit liefdevolle eerbied en onderwerping aan God. We worden nogmaals herinnerd aan de woorden van de heilige Paulus: “God laat alle dingen meewerken ten goede voor hen die God liefhebben” (Rom 8,28).
Deze illustratie uit het leven van Padre Pio sluit niet uit dat broederlijke correctie of opbouwende kritiek kan worden gegeven aan gezagsdragers in de Kerk, net zoals de heilige Paulus de heilige Petrus berispte omdat hij handelde uit menselijke eerbied (cf. Gal 2,14).
Van de heiligen is bekend dat zij krachtige vermaningen gaven aan leden van de hiërarchie, hen eraan herinnerend trouw te blijven aan hun heilige plichten en hen corrigeerden wanneer zij afweken van de gezonde leer of het juiste gedrag. De Kerk lijdt wanneer haar leden toegeven aan de verleiding om schandalig gedrag of ketterse leerstellingen te verdoezelen die individuen of het algemeen welzijn schaden.
Maar zij lijdt ook onder correcties die zonder het nodige onderscheidingsvermogen en discretie worden gegeven. Zij lijdt vooral onder aanklachten die worden gedaan zonder een liefde die opbouwt. Kritiek die het vertrouwen ondermijnt, veroordeelt zichzelf.
Gezien de moeilijkheid die veel mensen hebben om onderscheid te maken tussen individuele leden van de hiërarchie en de Kerk als Goddelijke instelling, is grote voorzichtigheid geboden, zodat onze kritiek niet wordt opgevat als “verzet tegen onze Moeder” of als twijfel aan het vermogen van de Heilige Geest om de Kerk te leiden, ondanks het menselijke element.
Het is zeer triest dat er zoveel scheuringen hebben plaatsgevonden en nog steeds plaatsvinden als gevolg van misplaatste harde kritiek op het oordeel van kerkelijke autoriteiten en het identificeren hiervan met kerkelijk gezag. Hoewel we de eeuwig geldige, onveranderlijke leer van de Kerk hebben om als maatstaf voor ons oordeel te dienen, moeten we niet te snel aannemen dat iemand in tegenspraak is met het geloofsgoed, alleen omdat de gebruikte taal anders of onbekend lijkt.
De aard van de apostolische Traditie is dat zij een levende realiteit is, die altijd nieuwe uitdrukkingen vindt om de onveranderlijke waarheid van de openbaring over te brengen. God heeft altijd gebruik gemaakt van menselijke uitdrukkingen, met alle beperkingen die voortvloeien uit culturele, wetenschappelijke en literaire factoren, om Zijn wil over te brengen. Buiten de zalige visie kan God zich inderdaad alleen aan schepselen openbaren door gebruik te maken van de geschapen werkelijkheid, die onder invloed en in het licht van de Heilige Geest op bovennatuurlijke wijze wordt begrepen. We moeten verder kijken dan deze beperkingen en ons niet laten afleiden van de eeuwige waarheid die erdoor wordt uitgedrukt. Anders maken we ons misschien schuldig aan het zaaien van onenigheid onder de kudde en wantrouwen bij degenen aan wie Christus zijn Kerk heeft toevertrouwd.
Als we ernaar streven trouwe dienaren en dappere soldaten van Jezus Christus te zijn, en kinderen en dienaren van de Heilige Maagd, dan moeten we hun nederige gehoorzaamheid, vertrouwen en liefde navolgen. Als we het vaandel van het Zoetste en Onbevlekte Hart van Maria willen volgen, dan moeten we leren ons te onthouden van verwijten en bittere uitspraken die het vertrouwen in het kerkelijk gezag ondermijnen.
Het schitterende leger in slagorde, dat de hel doet beven, bestaat uit mensen en Engelen, verenigd door de band van naastenliefde. Er zijn maar weinig dingen die de vijanden van God zoveel angst inboezemen als een verenigde Kerk. Daarom bidden we dat harde en overhaaste verwijten uit de harten van alle gelovigen worden verwijderd, zodat we samen met onze Hemelse Koningin kunnen dienen voor de redding van de zielen.
In deze geest bidden we met de woorden van de heilige Johannes Bosco:
Maria, machtigste Maagd, U bent de machtige en glorieuze Beschermster van de Kerk. U bent de wonderbaarlijke Hulp van de christenen. U bent ontzagwekkend als een leger in slagorde. U hebt de ketterij in de wereld vernietigd. Verdedig ons te midden van onze angst, onze strijd en onze nood tegen de macht van de vijand, en ontvang onze ziel in de hemel op het uur van onze dood. Amen.