St. Raphael noemt zijn naam

“Ik ben Azaria, zoon van de grote Hananja, een van de broeders van uw stam.”
Moeten we daaruit concluderen dat St. Raphael liegt? Nee, dat zou ondenkbaar zijn. Hij spreekt de waarheid, maar Tobit, die gevangen zit in de vanzelfsprekendheden en a priori’s van onze materiële wereld, begrijpt dat niet.
Azaria, een gewone, banale voornaam, betekent namelijk ‘hulp’ of ‘behulpzaam’. En dat ligt niet ver af van de betekenis van de naam Raphael: ‘God geneest’.
Hananjas betekent echter: “Degene die zich in de wolken verbergt”. Omdat Raphael er belang aan hecht om het woord ‘groot’ toe te voegen, zegt hij duidelijk dat Hananjas niemand anders is dan God, want geen enkele vrome jood zou het aandurven om iemand anders dan de Heer het bijvoeglijk naamwoord “groot” toe te schrijven.
Hij stelt zich dus voor als “de hulp van God”!
Tobias is echter niet bereid om deze boodschap te ontcijferen; hij begrijpt daarom alleen de oppervlakkige, banale identiteit van de engel. En zo gaat het bijna altijd in de communicatie tussen engelen en mensen…